Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5796.

17. Het hof heeft in rechtsoverweging 8 beoordeeld of het recht op voldoening van de parkbijdrage in een zodanig verband staat met de aan Bij de Vaate toebehorende eigendom van de gemeenschappelijke voorzieningen (de waterpartijen, wegen en groenvoorzieningen) dat dit recht als een kwalitatief recht van rechtswege op de voet van art. 6:251 BW is overgegaan op Zeebad Breskens als opvolgende verkrijger van deze voorzieningen. Het hof heeft bij zijn beoordeling vooropgesteld dat vaststaat dat de parkbijdrage strekt ter vergoeding van diensten die worden verleend met betrekking tot - kort gezegd - de gemeenschappelijke voorzieningen. Het hof heeft voorts vastgesteld dat tussen partijen niet in geschil is dat de gehoudenheid tot het verlenen van die diensten rust op de eigenaar van die gemeenschappelijke voorzieningen. Aan deze vaststellingen heeft het hof de slotsom verbonden dat het belang van de eigenaar van de gemeenschappelijke voorzieningen bij het recht op de parkbijdrage verloren gaat zodra de eigendom van die gemeenschappelijke voorzieningen op een derde overgaat en dat dit betekent dat de rechten op voldoening van de parkbijdrage overgingen op Zeebad Breskens toen de eigendom van alle gemeenschappelijke voorzieningen overging van Bij de Vaate op Zeebad Breskens. Aldus is 's hofs vaststelling dat tussen partijen niet in geschil is dat de gehoudenheid tot het verlenen van die diensten rust op de eigenaar van die gemeenschappelijke voorzieningen, (mede) redengevend voor 's hofs oordeel dat het uit de koop-/aannemingsovereenkomsten voortvloeiende recht op voldoening van de parkbijdrage in een zodanig verband staat met de aan de schuldeiser Bij de Vaate in eigendom toebehorende gemeenschappelijke voorzieningen dat hij bij dat recht slechts belang heeft zolang hij de eigendom van die gemeenschappelijke voorzieningen behoudt. Vakantiepark heeft evenwel in de feitelijke instanties aangevoerd dat het recht op de parkbijdrage juist niet is verbonden aan de eigendom van de gemeenschappelijke voorzieningen. Zie bijvoorbeeld haar conclusie van repliek sub 3.11, waarnaar het middelonderdeel verwijst en waarin Vakantiepark betoogt dat het recht op de parkbijdrage niet zozeer is verbonden aan de eigendom van de infrastructuur maar aan de uitvoering van de exploitatiewerkzaamheden en dat het recht op uitvoering van deze werkzaamheden toekomt aan de kaveleigenaren die als tegenprestatie de parkbijdrage verschuldigd zijn aan de exploitant welk begrip door bij de Vaate in de algemene voorwaarden is beperkt tot Bij de Vaate dan wel een door Bij de Vaate opgerichte exploitatiemaatschappij. Naar mijn oordeel slagen derhalve ook middelonderdeel 2 en middelonderdeel 1 voorzover het betoogt dat blijkens de algemene voorwaarden behorend bij de koop-/aannemings-overeenkomsten het recht op de parkbijdrage toekomt aan de exploitant van de gemeenschappelijke voorzieningen en derhalve in zoverre niet voortvloeit uit de eigendom van de gemeenschappelijke voorzieningen als zodanig, beide onderdelen gelezen in onderlinge samenhang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e28cf180f7d391ebf9c5e553f8c74f5a854d12bba8a83b5daea5cd1f26aa8a50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e28cf180f7d391ebf9c5e553f8c74f5a854d12bba8a83b5daea5cd1f26aa8a50, en de alinea staat in dat document op bytes 46434 tot 49504.