Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5800.
5. De rechtbank heeft bij (tussen)vonnis van 7 mei 2003 ten aanzien van de eerstbedoelde kwestie (de gestelde geldleningen door de vader van de man) de man in het gelijk gesteld. De rechtbank was van oordeel dat de vrouw de stellingen van de man onvoldoende heeft weersproken, zodat het bestaan van de leningen rechtens als vaststaand moet worden aangemerkt en het totaalbedrag van de leningen in de verdeling dient te worden betrokken (r.o. 5.1). Ten aanzien van de tweede kwestie (de schenking door de vader van de vrouw) heeft de rechtbank de vrouw in het gelijk gesteld. De rechtbank oordeelde dat het op de weg van de man lag zijn stelling dat de vrouw een groot gedeelte van dat geld bij haar vertrek uit de echtelijke woning heeft meegenomen tegenover de uitdrukkelijke en gemotiveerde betwisting door de vrouw te bewijzen, dat de man op dit punt echter geen (voldoende concreet) bewijs heeft aangeboden, en dat dus als vaststaand moet worden aangenomen dat de geschonken bedragen zijn verteerd, zodat de schenking niet meer in de verdeling behoeft te worden betrokken (r.o. 5.8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e69d0337b9ec068e20bb84b235ec3b074cb3ad0cc50e4831b88ce19dfd2ce21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e69d0337b9ec068e20bb84b235ec3b074cb3ad0cc50e4831b88ce19dfd2ce21, en de alinea staat in dat document op bytes 7055 tot 8155.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5e69d0337b9ec068e20bb84b235ec3b074cb3ad0cc50e4831b88ce19dfd2ce21 | shasum -a 256