Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5800.

12. In het onderhavige geval blijkt uit de gedingstukken dat de man in hoger beroep een aanbod van bewijs door getuigen heeft gedaan (memorie van grieven, blz. 5). Dit aanbod is niet gespecificeerd, nu de te bewijzen stellingen of de te horen getuigen niet worden vermeld. In eerste aanleg heeft de man een aanbod van bewijs door getuigen gedaan dat in zoverre is gespecificeerd dat wordt aangegeven welke getuigen kunnen worden gehoord, onder wie de vader van de man en de man zelf (inleidende dagvaarding, onder 17). In eerste aanleg is de rechtbank aan het horen van getuigen niet toegekomen; wat de kwestie van de geldleningen door de vader van de man betreft niet, omdat de rechtbank de stellingen van de man op dit punt reeds wegens onvoldoende betwisting door de vrouw als vaststaand heeft aangenomen (r.o. 5.1 van het vonnis van 7 mei 2003), en wat de kwestie van het overgespaarde gedeelte op de schenking van de vader van de vrouw betreft niet, omdat de rechtbank van oordeel was dat de man geen (voldoende concreet) bewijs van zijn stellingen heeft aangeboden, terwijl er bovendien geen enkele aanwijzing is voor de juistheid van de stellingen van de man (r.o. 5.8 van het vonnis van 7 mei 2003).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e69d0337b9ec068e20bb84b235ec3b074cb3ad0cc50e4831b88ce19dfd2ce21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e69d0337b9ec068e20bb84b235ec3b074cb3ad0cc50e4831b88ce19dfd2ce21, en de alinea staat in dat document op bytes 13956 tot 15176.