Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5800.

13. In hoger beroep heeft het hof met betrekking tot de kwestie van de gestelde geldleningen door de vader van de man geoordeeld dat de twee door de man overgelegde opgemaakte onderhandse akten, waarin de vader verklaart dat hij gelden ter leen heeft verstrekt, ten opzichte van de vrouw geen dwingend bewijs van de waarheid van de daarin opgenomen verklaringen oplevert, zodat het bestaan van de geldlening(en) behoudens door de man te leveren aanvullend bewijs niet is komen vast te staan, nu aanvullend bewijs ontbreekt en de man op dit punt geen specifiek bewijsaanbod heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e69d0337b9ec068e20bb84b235ec3b074cb3ad0cc50e4831b88ce19dfd2ce21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e69d0337b9ec068e20bb84b235ec3b074cb3ad0cc50e4831b88ce19dfd2ce21, en de alinea staat in dat document op bytes 15196 tot 15796.