Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5800.

17. Middel II is echter tevergeefs voorgesteld. Weliswaar heeft de man bij zijn bewijsaanbod in eerste aanleg onder anderen zichzelf als te horen getuige genoemd, maar anders dan bij de kwestie van de geldleningen door de vader van de man, kan niet gezegd worden dat daarmee tevens duidelijk is op welke van zijn stellingen dit aanbod tot het horen van de man als getuige betrekking heeft. Ook de rechtbank was (daarom) reeds van oordeel dat de man op dit punt geen (voldoende concreet) bewijs heeft aangeboden. Uit de gedingstukken blijkt niet dat de man het hoger beroep heeft aangegrepen om zijn bewijsaanbod op dit punt nader te specificeren (het middel noemt ook geen vindplaatsen), zodat zowel de rechtsklacht als de motiveringsklacht tegen 's hofs oordeel dat het bewijsaanbod van de man te weinig concreet is, faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e69d0337b9ec068e20bb84b235ec3b074cb3ad0cc50e4831b88ce19dfd2ce21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e69d0337b9ec068e20bb84b235ec3b074cb3ad0cc50e4831b88ce19dfd2ce21, en de alinea staat in dat document op bytes 18478 tot 19315.