Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5800.

18. Voor zover middel II voorts nog de klacht inhoudt dat onbegrijpelijk is het oordeel van het hof dat voorshands als vaststaand kan worden aangenomen dat op de peildatum (1 februari 2000) de door de vader van de vrouw geschonken bedragen waren verteerd, kan het evenmin doel treffen. Het hof heeft zijn oordeel gebaseerd op "enerzijds de (geringe) inkomsten van de gemeenschap in het tijdvak tot de peildatum en anderzijds de omvang van de op die datum openstaande schulden". In dit licht is niet onbegrijpelijk dat het hof ervan is uitgegaan dat voorshands kan worden aangenomen dat ook het op 4 januari 2000 door de vader van de vrouw geschonken bedrag (groot f 5.000,-) op 1 februari 2000 reeds was opgesoupeerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e69d0337b9ec068e20bb84b235ec3b074cb3ad0cc50e4831b88ce19dfd2ce21. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e69d0337b9ec068e20bb84b235ec3b074cb3ad0cc50e4831b88ce19dfd2ce21, en de alinea staat in dat document op bytes 19335 tot 20065.