Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juli 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5801.

18) Zo kom ik ertoe, te bepleiten dat de beoordelingsgrond van art. 288 lid 1 sub b Fw zo moet worden begrepen dat daarbij (althans) de nadruk ligt op aanwijzingen die (objectief) de verwachting wettigen dat de verzochte schuldsanering "niet zal (kunnen) lukken" - en niet, bijvoorbeeld, op de vraag of de aanwijzingen in kwestie een zeker verwijt aan de aanvrager rechtvaardigen. Een bijkomend argument ter ondersteuning van die zienswijze is, dat wanneer men dit anders zou zien en dus, bijvoorbeeld, aan aanwijzingen die verwijtbaarheid indiceren een grotere - of zelfs: een doorslaggevende - rol zou toebedenken, er nauwelijks praktisch verschil meer valt aan te wijzen tussen de ("verplichte") afwijzingsgrond van art. 288 lid 1 sub b Fw en de ("facultatieve") afwijzingsgrond van art. 288 lid 2 sub b Fw (ontbreken van goede trouw bij het aangaan van schulden).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ad454cc50335c34b71ee78d25e0ce77266e03f8ee6aa12e476ca221353d9f86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ad454cc50335c34b71ee78d25e0ce77266e03f8ee6aa12e476ca221353d9f86, en de alinea staat in dat document op bytes 18581 tot 19462.