Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5810.
19. Ook het door het Openbaar Ministerie ingediende middel faalt derhalve. Daaraan doet niet af dat de manier waarop verzoeker heeft willen wijzen op de onjuistheid van sommige eerder gedane aangiftes wellicht een beroep zou kunnen opleveren op het in het derde lid van art. 69 AWR geregelde vervolgingsbeletsel, afhankelijk van het tijdstip waarop hij de Belastingdienst heeft geïnformeerd. Die omstandigheid, waaromtrent in feitelijke aanleg niets is gesteld, brengt geen wijziging in de zojuist genoemde ruimte die de rechter heeft om na te gaan of het fiscale delict opzettelijk is begaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b5dfd3bccce767792167ce750037b7468ead72eec83706dff1718864b26ee979. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b5dfd3bccce767792167ce750037b7468ead72eec83706dff1718864b26ee979, en de alinea staat in dat document op bytes 19417 tot 20025.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b5dfd3bccce767792167ce750037b7468ead72eec83706dff1718864b26ee979 | shasum -a 256