Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5825.

"dat de procedure ter behandeling van en beslissing op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel niet een op zichzelf staande procedure vormt, doch slechts kan worden ingesteld als sequeel van een strafvervolging en dat deze moet worden gezien als een van de aanvankelijke strafvervolging afgesplitste procesgang, niet als een toevoeging daaraan. Met het oog op art. 68 Sr wordt in de Memorie van Toelichting verder nog opgemerkt dat, wil er niet van een opnieuw ingestelde vervolging sprake zijn, voorafgaand aan de veroordeling in de hoofdzaak dient te blijken dat de vervolging daarmee niet volledig ten einde komt, doch dat die ten behoeve van de bevoegdheid tot vordering van de ontnemingsmaatregel nog zal worden voortgezet (Kamerstukken II 1989/1990, 21 504, nr. 3, blz 38)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f7fb2dd958fd6eaefda1040ebc9edb6650c0583f584e4a1deeafcc65e827e07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f7fb2dd958fd6eaefda1040ebc9edb6650c0583f584e4a1deeafcc65e827e07, en de alinea staat in dat document op bytes 10726 tot 11546.