Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5825.

10. Voor het (daadwerkelijk) aanvangen van die tweede fase van de procedure kent de wet geen vast aanknopingspunt in een bepaald besluit of bepaalde kennisgeving van de officier van justitie. De ontnemingsvordering moet aanhangig worden gemaakt binnen een bepaalde termijn na de afronding van de strafzaak in eerste aanleg, en het niet-inachtnemen van die termijn brengt consequenties met zich mee. Voor het overige heeft de wetgever slechts willen waarborgen dat de verdachte uiterlijk bij het requisitoir in de strafzaak te horen krijgt dat er nog een ontnemingsvordering zal volgen. Die in art. 311, eerste lid, Sv voorziene mededeling bij gelegenheid van het requisitoir is evenwel geen voorwaarde om de ontnemingsprocedure in gang te zetten. Dit wettelijk voorschrift houdt rekening met de mogelijkheid dat de verdachte al vóór de terechtzitting in de strafzaak moet hebben begrepen dat hij nog een ontnemingsvordering kan verwachten, vgl. HR NJ 2004, 199. Het kan bijvoorbeeld zijn dat hem dit duidelijk moet zijn geworden door een kennisgeving of betekening van conservatoir beslag of het openen van een strafrechtelijk financieel onderzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f7fb2dd958fd6eaefda1040ebc9edb6650c0583f584e4a1deeafcc65e827e07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f7fb2dd958fd6eaefda1040ebc9edb6650c0583f584e4a1deeafcc65e827e07, en de alinea staat in dat document op bytes 12210 tot 13374.