Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5825.

Overigens noemt de toelichting op het middel een niet onbelangrijk argument om vooral niet de eis te stellen dat de rechtspersoon ten tijde van het aanhangig maken van de ontnemingsvordering nog moet bestaan (dus nog niet mag zijn ontbonden). In de toelichting op het middel wordt namelijk opgemerkt dat de advocaat-generaal zich op het standpunt heeft gesteld dat het negatief vermogen van de rechtspersoon, op grond waarvan tijdens een algemene ledenvergadering tot ontbinding werd besloten, door onttrekkingen is geforceerd. Indien het in HR NJ 1994, 408 en HR NJ 2004, 186 bedoelde "tijdstip waarop de vervolging wordt ingesteld" bij ontnemingsvorderingen zou worden gerelateerd aan het tijdstip waarop de vordering (daadwerkelijk) aanhangig wordt gemaakt, zou het al te makkelijk worden de ontnemingsmaatregel illusoir te maken door de rechtspersoon, aan wie de maatregel zou kunnen worden opgelegd, leeg te zuigen en te ontbinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f7fb2dd958fd6eaefda1040ebc9edb6650c0583f584e4a1deeafcc65e827e07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f7fb2dd958fd6eaefda1040ebc9edb6650c0583f584e4a1deeafcc65e827e07, en de alinea staat in dat document op bytes 14077 tot 15027.