Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5825.
16. In aanmerking genomen dat de wetgever aan de met bewijsmiddelen te omkleden grondslag voor het opleggen van een ontnemingsmaatregel geen andere of hogere eis heeft willen stellen dan een schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel (art. 36e, vierde lid, Sr), terwijl die schatting weliswaar moet berusten op de inhoud van wettige bewijsmiddelen (art. 511f Sv) doch de wetgever aan tal of kracht van die bewijsmiddelen geen verdere eisen heeft willen stellen (Kamerstukken II, 1989-1990, 21 504, nr. 3, p. 14), is het door het Hof bevestigde oordeel dat ook (aan de bewezenverklaarde feiten) soortgelijke feiten, begaan in de periode aanvangend op 1 januari 1996 en eindigend op 1 november 1999, wederrechtelijk voordeel hebben opgeleverd, en wel in de door het Hof berekende omvang, naar behoren met redenen omkleed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f7fb2dd958fd6eaefda1040ebc9edb6650c0583f584e4a1deeafcc65e827e07. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f7fb2dd958fd6eaefda1040ebc9edb6650c0583f584e4a1deeafcc65e827e07, en de alinea staat in dat document op bytes 17753 tot 18595.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f7fb2dd958fd6eaefda1040ebc9edb6650c0583f584e4a1deeafcc65e827e07 | shasum -a 256