Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5831.

Nu de advocaat-generaal zich thans daarbij onder verwijzing naar voornoemd onherroepelijk arrest op het standpunt stelt, dat verdachte onschuldig is, dat in de strafzaak tegen verdachte de waarheidsvinding ten aanzien van de hem tenlastegelegde feiten niet meer aan de orde is en hij daaraan de conclusie verbindt dat het openbaar ministerie niet langer ontvankelijk is in de vervolging van verdachte, is het hof van oordeel dat het vervolgingsrecht van het openbaar ministerie in deze is komen te vervallen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat uit de behandeling ter zitting van dit hof noch uit hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht noch overigens een strafvorderlijk belang is gebleken of aannemelijk geworden dat een andere conclusie rechtvaardigt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/548533bcdc3c28146c0f5e866525977a4bb349baa247123791f7f8ce21b492b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 548533bcdc3c28146c0f5e866525977a4bb349baa247123791f7f8ce21b492b0, en de alinea staat in dat document op bytes 17088 tot 17868.