Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5831.

9. Als voorbeeld van een geval waarin de verdachte geen rechtens te respecteren belang had bij het ingestelde cassatieberoep, kan dienen Hoge Raad van 18 februari 1997, NJ 1997, 411. De verdachte in die zaak had deelgenomen aan een demonstratie waarbij de landingsbaan van de vliegbasis Volkel werd bezet. Er werd gedemonstreerd tegen het onrecht dat het Innu-volk in Canada naar de mening van de demonstranten werd aangedaan door de Koninklijke Luchtmacht. Bijna alle demonstranten werden aangehouden wegens het niet voldoen aan de gegeven vordering zich te verwijderen. Van de 47 aangehouden personen weigerden 30 personen hun naam op te geven; zij werden heengezonden en hun zaken werden geseponeerd. Onder hen die wel hun naam hadden opgegeven, bevonden zich twee buitenlanders. Hun zaken werden geseponeerd wegens onvoldoende nationaal belang. In verband met het gelijkheidsbeginsel en de inmiddels opgetreden vertraging overwoog de officier van justitie vervolgens de vervolging tegen de overige verdachten te staken, maar toen de verdediging verzocht om wel te vervolgen, werd onder meer de verdachte door de officier van justitie gedagvaard voor de politierechter. De politierechter en in hoger beroep het hof verklaarden gezien de gang van zaken bij de vervolging het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging wegens - kortgezegd - schending van het gelijkheidsbeginsel. De verdachte ging tegen deze uitspraak in cassatie en stelde dat hij belang had bij zijn cassatieberoep omdat na vernietiging en verwijzing een nieuwe behandeling van de zaak zou volgen die kon leiden tot een gunstiger uitkomst, te weten vrijspraak. De verdachte zou belang hebben bij een vrijspraak nu daarbij de kans op schadevergoeding en een vergoeding van de gemaakte kosten groter zou zijn dan bij een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie en omdat een vrijspraak zou leiden tot een zuivering van de goede naam van de verdachte. Verder zou bij een inhoudelijke behandeling van de zaak mogelijk aandacht worden besteed aan het onrecht dat het Innu-volk in Canada volgens de verdachte werd aangedaan door de Koninklijke Luchtmacht. De Hoge Raad overwoog daarover het volgende:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/548533bcdc3c28146c0f5e866525977a4bb349baa247123791f7f8ce21b492b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 548533bcdc3c28146c0f5e866525977a4bb349baa247123791f7f8ce21b492b0, en de alinea staat in dat document op bytes 20645 tot 22856.