Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5831.
10. Ook in HR 19 maart 1996, DD 96.310 ging het om het geval dat de verdachte een inhoudelijke behandeling van zijn zaak wenste, maar het Hof daar niet aan toe was gekomen omdat hij het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk had verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn. Geklaagd werd over schending van art. 18 EVRM (verbod op détournement de pouvoir) en over het feit dat de verdachte een "eerlijk proces" zou zijn onthouden, te weten "een proces waarin alle kanten van de zaak aan de orde en tot hun recht kunnen komen". De verdachte zou samen met een ander, die later een infiltrant van de BVD bleek te zijn, gaten hebben geknipt in o.m. hekken van een kazerne. Doel van het cassatieberoep was dat na vernietiging van de bestreden uitspraak de zaak opnieuw zou worden behandeld waarbij de verdachte mede de betrokkenheid en de rol van de BVD aan de orde wilde stellen. Dit werd echter door de Hoge Raad niet aangemerkt als een rechtens te beschermen belang. De verdachte werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep(1).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/548533bcdc3c28146c0f5e866525977a4bb349baa247123791f7f8ce21b492b0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 548533bcdc3c28146c0f5e866525977a4bb349baa247123791f7f8ce21b492b0, en de alinea staat in dat document op bytes 23968 tot 25040.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/548533bcdc3c28146c0f5e866525977a4bb349baa247123791f7f8ce21b492b0 | shasum -a 256