Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5844.
10. Die klacht faalt aangezien de enkele omstandigheid dat een gedraging strafbaar is gesteld in beginsel meebrengt dat de gedraging ook als onrechtmatig en verwijtbaar mag worden beschouwd, zodat het in beginsel aan de wetgever is om te bepalen in welke bijzondere situaties de strafbaarheid komt te ontvallen aan hetzij het feit, hetzij de dader. Buiten het stelsel van de wettelijk geregelde bijzondere rechtvaardigings- en schulduitsluitingsgronden behoeven (materiële) wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid slechts nader te worden onderzocht in gevallen waarin - zo kort mogelijk gezegd - gesteld wordt dat de gedraging, ofschoon onwettig, een door de wetgever erkend rechtsbelang heeft gediend, ofwel er aanwijzingen zijn dat de verdachte verontschuldigbaar van onjuiste veronderstellingen is uitgegaan. Zulke situaties zijn in dit geval niet aan de orde geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3968573c372eba0d8d161c488138161ed992ac9f81e4bf5e8b5513ba78c80274. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3968573c372eba0d8d161c488138161ed992ac9f81e4bf5e8b5513ba78c80274, en de alinea staat in dat document op bytes 11402 tot 12286.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3968573c372eba0d8d161c488138161ed992ac9f81e4bf5e8b5513ba78c80274 | shasum -a 256