Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2007

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6246.

12. Het zijn van ouder en het uitoefenen van gezag houden de bevoegdheid tot omgang met het kind in, ook in geval van tweehoofdig gezag na scheiding. De wetgever heeft het daarom niet nodig geoordeeld in de wet op te nemen dat de ouder die (mede)gezag heeft over het kind, recht heeft op omgang met het kind. Zie de MvT bij de wet van 6 april 1995 tot nadere regeling van het gezag en de omgang, Stb. 1995, 240, Kamerstukken II 1992/93, 23 012, nr. 3, blz. 26. Geschillen omtrent gezamenlijke gezagsuitoefening in de zin van art. 1:253a BW omvatten derhalve in beginsel ook geschillen over de feitelijke uitoefening van de omgang tussen het kind en de (mede) met het gezag belaste ouder bij wie het gewoonlijk niet verblijft. Aangezien echter in de praktijk is gebleken dat in geval van tweehoofdig gezag soms toch behoefte bestaat aan het vastleggen van een regeling inzake de omgang, heeft de wetgever het nodig geoordeeld dat de wet, art. 1:377h BW, de mogelijkheid biedt dat de rechter in die situatie een omgangsregeling vaststelt tussen het kind en de ouder bij wie het gewoonlijk niet verblijft (Kamerstukken II 1992/93, 23 012, nr. 3, blz. 26).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cb1c40c495219a394c1bb566445169bf35d04f9132fb009638a428cd6080c3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cb1c40c495219a394c1bb566445169bf35d04f9132fb009638a428cd6080c3e, en de alinea staat in dat document op bytes 14447 tot 15613.