Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2007
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6246.
17. De klacht faalt. Uit het oog wordt verloren dat, nu de moeder, haar nieuwe echtgenoot en de kinderen verblijven en hun woonplaats hebben in de Verenigde Staten van Amerika, zij niet ressorteren onder de Nederlandse rechtsmacht in de zin van art. 1 EVRM, zodat zij geen beroep kunnen doen op de in titel 1 van dat verdrag verzekerde rechten en vrijheden. Zie Jacobs and White, The European Convention on Human Rights, 4th ed. 2006, blz. 24-28 en de daar vermelde rechtspraak van het EHRM. Zie voorts HR 30 maart 1990, NJ 1991, 249 nt. AHJS, r.o. 3.2, HR 15 april 1994, NJ 1994, 567, r.o. 3.3, en HR 29 november 2002, NJ 2003, 35, r.o. 3.5 in verbinding met hetgeen is vermeld in de conclusie van de A-G onder 33-35.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2cb1c40c495219a394c1bb566445169bf35d04f9132fb009638a428cd6080c3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2cb1c40c495219a394c1bb566445169bf35d04f9132fb009638a428cd6080c3e, en de alinea staat in dat document op bytes 19627 tot 20358.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2cb1c40c495219a394c1bb566445169bf35d04f9132fb009638a428cd6080c3e | shasum -a 256