Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6258.

Intussen komt het niet aannemelijk voor dat het Hof geen kennis droeg van het vonnis, toen het het eindvonnis van 11 oktober 2005 wees. Naar het vonnis wordt uitdrukkelijk door [eiseres] in haar 'akte uitlating regeling' verwezen, terwijl het vonnis, zoals reeds opgemerkt, op 25 april 2005 met een op die dag gedateerde brief ter griffie van het Hof is binnengekomen en zich ook in het aan de Hoge Raad verstrekte griffiedossier van het Hof bevindt. In rov. 2.3 van het eindvonnis plaatst het Hof verder niet alleen de term huurovereenkomst tussen aanhalingstekens, maar merkt het ook op dat die overeenkomst niet is vernietigd of ontbonden. Zowel het een als het ander laat zich niet goed begrijpen dan tegen de achtergrond van het vonnis d.d. 24 januari 2005 van het GEA. Dit Gerecht heeft in dat vonnis de overeenkomst als een overeenkomst sui generis getypeerd en de conventionele vordering van [eiseres] tot vernietiging of tot ontbonden verklaren van die overeenkomst afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f28cf5c139ce5065cf7a2a53446ce5963fdb8786b104157da9753385130499a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f28cf5c139ce5065cf7a2a53446ce5963fdb8786b104157da9753385130499a, en de alinea staat in dat document op bytes 23692 tot 24690.