Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6258.

In de slotregel van rov. 2.3 spreekt het Hof van een 'prijs' die [eiseres] aan de familie [van verweerders] heeft te betalen. Heeft het Hof met de term prijs het oog op iets anders dan een vergoeding voor het verschaffen van het genot van grond dan kan de plicht tot betalen van die prijs niet een erkenning en toewijzing van de door [verweerders] in de onderhavige procedure tegen [eiseres] ingestelde vordering meebrengen. Die vordering heeft immers betrekking op achterstallige huurpenningen en, zoals hierboven in 3.7.1 uiteengezet, moet het er, bij gebreke van toereikende stellingen van de kant van [verweerders] - de eisende partij in deze - voor het tegendeel, voor worden gehouden dat daaronder niet iets anders is te begrijpen dan een vergoeding voor het verschaffen van het genot van grond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f28cf5c139ce5065cf7a2a53446ce5963fdb8786b104157da9753385130499a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f28cf5c139ce5065cf7a2a53446ce5963fdb8786b104157da9753385130499a, en de alinea staat in dat document op bytes 30103 tot 30918.