Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6269.

6. [Eiseres] heeft tegen dit vonnis met een tweetal grieven appel ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij de beoordeling van de eerste grief, gericht tegen het oordeel dat het legaat niet is gemaakt ter voldoening aan een natuurlijke verbintenis, heeft het hof vooropgesteld dat de vraag of in een situatie als de onderhavige sprake is van een natuurlijke verbintenis, beantwoord dient te worden aan de hand van de algemene maatstaf zoals deze is geformuleerd in artikel 6:3 lid 2 aanhef en onder b en voorts dat de vraag of sprake is van een dringende morele verplichting als in dit artikel bedoeld, naar objectieve maatstaven dient te worden beoordeeld, waarbij de omstandigheden van het geval bepalend zijn. Het hof heeft daarbij verwezen naar HR 15 september 1995 NJ 1996, 616, m.nt. WMK en HR 1 oktober 2004, NJ 2005, 1, m.nt. WMK. Aansluitend heeft het hof overwogen als volgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3bc3cbe996e9cf20b65c3487ac1718557e95bc86fe8e4469cdc08e5d52b0151. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3bc3cbe996e9cf20b65c3487ac1718557e95bc86fe8e4469cdc08e5d52b0151, en de alinea staat in dat document op bytes 12463 tot 13374.