Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6269.
9. Een natuurlijke verbintenis bestaat - aldus de in art. 6:3 lid 2 aanhef en sub b BW opgenomen omschrijving - wanneer iemand jegens een ander een dringende morele verplichting heeft van zodanige aard dat naleving daarvan, ofschoon rechtens niet afdwingbaar, naar maatschappelijke opvattingen als voldoening van een aan die ander toekomende prestatie moet worden aangemerkt. Zoals het hof voorop heeft gesteld, moet de vraag of in een concreet geval van een natuurlijke verbintenis sprake is, worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval en naar een objectieve maatstaf, en komt daarbij geen beslissende betekenis toe aan het subjectieve inzicht van degene die zich gehouden acht dan wel de prestatie voldoet. (Zie: HR 4 december 1987, NJ 1988, 610, m.nt. EAAL; HR 9 november 1990, NJ 1992, 212, m.nt. WMK; HR 30 januari 1991, NJ 1992, 191, m.nt. EAAL; HR 15 september 1995, NJ 1996, 616, m.nt. WMK; HR 17 oktober 1997, NJ 1998, 692 m.nt. WMK en HR 1 oktober 2004, NJ 2005, 1, m.nt. WMK.)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3bc3cbe996e9cf20b65c3487ac1718557e95bc86fe8e4469cdc08e5d52b0151. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3bc3cbe996e9cf20b65c3487ac1718557e95bc86fe8e4469cdc08e5d52b0151, en de alinea staat in dat document op bytes 17414 tot 18438.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b3bc3cbe996e9cf20b65c3487ac1718557e95bc86fe8e4469cdc08e5d52b0151 | shasum -a 256