Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2007

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6316.

7. Uit het feit dat de verdachte dacht dat het materiaal dat hij downloadde kinderpornografie betrof, volgt zonder meer dat hij de kans groot achtte dat de bestanden die als gevolg van dat downloaden in de daarvoor aangemaakte map (de shared folder of de shared files) waren opgeslagen, daadwerkelijk kinderpornografisch van aard waren. Uit het feit dat hij op zoek was geweest naar kinderpornografisch materiaal volgt zonder meer dat hij die grote kans ook aanvaardde. Er was dus in elk geval sprake van voorwaardelijk opzet(2) op de aanwezigheid van kinderpornografie in de bedoelde map. Dat de verdachte eerst op donderdag 28 augustus 2003, toen hij de bestanden opende, zeker wist dat het inderdaad om kinderpornografie ging, doet aan het voor dat tijdstip reeds bestaande opzet niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6cc451cae49f956d5af9965b7ec58ec1485acc19ddc78ee590f541720db7f6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6cc451cae49f956d5af9965b7ec58ec1485acc19ddc78ee590f541720db7f6b, en de alinea staat in dat document op bytes 16827 tot 17631.