Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2007

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6316.

11. Als ik het goed begrijp bestaat de volgende schakel in het betoog hieruit, dat luchtigjes over dit verschil wordt heengesprongen. De keuze die de KaZaA-gebruiker heeft om - nadat hij de gedownloade bestanden heeft bekeken - die bestanden te wissen, zou gelijkgesteld moeten worden met de keuze die de gewone internetgebruiker heeft om gedownload materiaal te saven. Wat daarbij precies het standpunt is dat wordt betrokken, is mij niet duidelijk kunnen worden. Het kan zijn dat dit standpunt is dat van bezit pas sprake is als het gedownloade bestand naar een andere folder is verplaatst (of op een CD is gebrand). De consequentie van die opvatting is dat van bezit geen sprake is als de kinderporno alleen in de shared folder aanwezig is, hoe permanent wellicht ook. Het verdedigde standpunt kan ook zijn dat van bezit van kinderporno dat zich in de shared folder bevindt, eerst sprake is als de KaZaA-gebruiker dat materiaal heeft bekeken en de bestanden vervolgens heeft laten staan (er dus niet voor heeft gekozen de bestanden te wissen).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6cc451cae49f956d5af9965b7ec58ec1485acc19ddc78ee590f541720db7f6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6cc451cae49f956d5af9965b7ec58ec1485acc19ddc78ee590f541720db7f6b, en de alinea staat in dat document op bytes 19978 tot 21038.