Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6326.

16. De klacht lijkt reeds te moeten falen omdat die is gebaseerd op een gegeven waarvan de juistheid in cassatie niet vaststaat.(4) In elk geval geldt dat het hier om een betrekkelijk irrelevant detail gaat, zodat sprake is van een voor verbeterde lezing vatbare kennelijke vergissing van het Hof. Want als verdachte werkelijk gemeend had dat de toetreding van zijn B.V. tot de v.o.f. maakte dat een aparte vergunning niet nodig was, had hij - zo ligt als gedachtegang in de overweging van het Hof besloten - wel gezorgd voor een tijdige inschrijving in het handelsregister.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc6c0924275af362afa21e069a4e53d676a2d1c4a19915748e3d99889b37e6cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc6c0924275af362afa21e069a4e53d676a2d1c4a19915748e3d99889b37e6cf, en de alinea staat in dat document op bytes 20040 tot 20628.