Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6760.

5) Nadat partijen, ten vervolge op dit tussenarrest, uitvoerige akten met bijlagen hadden genomen, achtte het hof zich nog onvoldoende voorgelicht, en beval het een comparitie(4). Vervolgens oordeelde het hof bij (eind)arrest van 24 februari 2006, dat de in de onderneming van [verweerster] aan de dag gelegde activiteiten niet van dien aard waren dat die opleverden dat er sprake was van het uitsluitend of in hoofdzaak uitoefenen van de (pot)plantenteelt. Aangezien dit als bepalend werd aangemerkt voor de toepasselijkheid van de Tuinbouw-CAO, moest worden geoordeeld dat die CAO niet van toepassing was, en dat [eiseres] geen aanspraak kon maken op de bij die CAO vastgelegde rechten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c2b4e5fdfbcd63c90c95c14a31eaf028ecc9007f271da37d306d9a2a72de6db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c2b4e5fdfbcd63c90c95c14a31eaf028ecc9007f271da37d306d9a2a72de6db, en de alinea staat in dat document op bytes 7779 tot 8481.