Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2007

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6762.

20. Voorts klaagt het middel (onderdeel 6b) dat het hof een aantal essentiële stellingen van [eiser] onbesproken heeft gelaten, namelijk (a) de stelling dat het onderzoek door Corio niet is ingesteld op basis van geruchten, maar omdat er werd gezocht naar een stok om mee te slaan, (b) de stelling dat Corio niet het recht had om de e-mails te "verwerken" in de zin van art. 1 Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) omdat geen van de in art. 8 WBP bedoelde belangen op het spel stonden, zodat de e-mails niet als bewijs in aanmerking mogen worden genomen, en (c) de stelling dat het bureau dat het onderzoek heeft uitgevoerd niet competent was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1de33ef1535b0d431bd15738fe732e6d651c98d609cd73afcbbf021571c0ed3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1de33ef1535b0d431bd15738fe732e6d651c98d609cd73afcbbf021571c0ed3, en de alinea staat in dat document op bytes 17912 tot 18570.