Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA6773.

3.16 Ik meen dat ook dit middelonderdeel dient te slagen. Het hof heeft in r.o. 4.7. vastgesteld dat de jaarrekening over het jaar 1995 meer dan twee maanden te laat is gepubliceerd. Over de jaren 1996 en 1997 zijn in het geheel geen jaarrekeningen gepubliceerd. Dat is op zich zelf ernstig. Het hof heeft vervolgens in r.o. 4.10 het niet zorg dragen voor een adequate verzekering niet als zogenaamde externe omstandigheid beschouwd. Met dit oordeel heeft het hof zich mijns inziens niet uitgelaten over met name de aard en ernst van het onbehoorlijke bestuur. Het hof heeft volstaan met de neutrale opmerking dat het niet zorg dragen voor een adaequate verzekering aan hem dient te worden toegerekend. Toepassing van art. 2: 248, lid 4 BW veronderstelt dat de aard en de ernst van het onbehoorlijke bestuur een rol spelen bij het beoordelen van een beroep op matiging. Tegen deze achtergrond is r.o. 4.19 van het hof die erop neerkomt dat het bedrag waarvoor [eiser] aansprakelijk is niet bovenmatig is te achten nu de verschillende in art. 2: 248, lid 4 BW genoemde aspecten niet meebrengen dat een beroep op matiging gerechtvaardigd is m.i. niet voldoende begrijpelijk gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1ab4ce398e03e4c0629efe58a978877474eb8d85b99a2d3f122c259fe3eb7f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1ab4ce398e03e4c0629efe58a978877474eb8d85b99a2d3f122c259fe3eb7f2, en de alinea staat in dat document op bytes 32184 tot 33382.