Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7021.

4.11. Uit het hierboven geschetste procesverloop volgt dat zowel de vordering in eerste aanleg als de vordering in hoger beroep gebaseerd is op de financiële afrekening van het project Papegaaiebek. In beide instanties komt het betoog van [eiser] erop neer dat [verweerster] ten onrechte een groter bedrag aan zichzelf heeft toegekend dan wel aan haar heeft laten toekomen dan waarop zij recht heeft. In eerste aanleg heeft [eiser] zijn pijlen gericht op de interne kosten en de post BTW, maar zijn de nota's van Cofra ook ter sprake gebracht, waaromtrent [eiser] opening van zaken verlangde. Ten aanzien van deze 'Cofra-kwestie' merk ik nader op dat, in plaats van een wijziging ten aanzien van de feitelijke grondslag, m.i. veeleer gesproken dient te worden van een klacht omtrent een niet gehonoreerd verlangen tot openheid van zaken, en van een aanpassing zijdens [eiser] aan de bij conclusie van dupliek in conventie(/repliek in reconventie) zijdens [verweerster] naar voren gebrachte stellingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4, en de alinea staat in dat document op bytes 36937 tot 37953.