Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7021.

3.4. Bij vonnis van 16 juli 1997 heeft de rechtbank in conventie [verweerster] veroordeeld om aan [eiser] een bedrag te betalen van ƒ 53.979,53, vermeerderd met de wettelijke rente en in reconventie [verweerster] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. De rechtbank achtte de vordering van ƒ 252.291,-, verband houdend met de onjuiste eindafrekening, niet toewijsbaar. De vordering ter hoogte van ƒ 159.296,-, voortkomend uit de achtergestelde lening, achtte de rechtbank wel voor toewijzing vatbaar, doch na verrekening met een door [eiser] aan [verweerster] verschuldigd bedrag, waardoor het bedrag van ƒ 53.979,53 resteerde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4, en de alinea staat in dat document op bytes 10630 tot 11281.