Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7021.
Het hof overweegt dat ingeval een eiser in de loop van het geding zijn eis vermeerdert en de verweerder zich tegen de aldus bij wege van vermeerdering van eis ingestelde vordering beroept op verjaring, het tijdstip waarnaar moet worden beoordeeld of dit verweer doel treft, daarvan af hangt of de aldus ingestelde vordering al dan niet moet worden aangemerkt als een nieuwe rechtsvordering. Indien sprake is van een nieuwe rechtsvordering is voor de vraag of zij tijdig is ingesteld, het tijdstip van de eisvermeerdering beslissend; indien geen sprake is van een nieuwe rechtsvordering is het tijdstip van de rechtsingang doorslaggevend. Van een nieuwe vordering is geen sprake indien de bij wege van vermeerdering van eis ingestelde vordering berust op dezelfde juridische en feitelijke grondslag als waarmee het geding was ingeleid (HR 23 mei 1997, NJ 1997, 531 en HR 8 oktober 2004, NJ 2004, 659).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4, en de alinea staat in dat document op bytes 16146 tot 17060.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4 | shasum -a 256