Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7021.
Ingevolge art. 3:307 BW verjaart een vordering uit nakoming na vijf jaren, volgend na die waarop de vordering opeisbaar is geworden. De vordering was volgens de inleidende dagvaarding van 27 februari 1991 op dat moment opeisbaar, zodat de termijn van artikel 3:307 BW op 26 januari 2005 ruim was verstreken. [Eiser] heeft aangevoerd dat [verweerster] hem deze termijn niet kan tegenwerpen, omdat hij ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding niet over alle van belang zijnde gegevens beschikte. Voor zover in deze stelling een beroep op artikel 3:321 BW sub f moet worden gelezen (verlenging van de verjaringstermijn bij het opzettelijk verzwijgen van een schuld) baat dit [eiser] niet, nu de gegevens waarop [betrokkene 2] zich baseert wel gedurende de procedure in eerste aanleg aan [eiser] beschikbaar zijn gekomen. Zo beroept [eiser] zich op een pleitnota uit 1995. Zelfs als uitgegaan wordt van de datum van het vonnis in eerste aanleg is dit onderdeel van de vermeerderde eis verjaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4, en de alinea staat in dat document op bytes 19653 tot 20675.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4 | shasum -a 256