Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7021.

4.2. Het gaat bij die maatstaf om het volgende. Ingevolge art. 353 in verbinding met art. 130 Rv kan de (incidentele) appellant in hoger beroep zijn eis of de gronden daarvan schriftelijk, bij memorie of bij akte ter rolle, veranderen of vermeerderen. Indien de wederpartij zich hiertegen verzet met een beroep op verjaring, hangt het tijdstip waarnaar moet worden beoordeeld of dit verweer doel treft, volgens vaste rechtspraak zoals het hof die heeft vooropgesteld, daarvan af of de aldus ingestelde vordering al dan niet moet worden aangemerkt als een nieuwe rechtsvordering. Is van een nieuwe rechtsvordering sprake, dan heeft de inleidende dagvaarding hierop geen stuitende werking gehad en is voor de vraag of zij tijdig is ingesteld, het tijdstip van de eisvermeerdering beslissend. Is geen sprake van een nieuwe rechtsvordering, dan is het tijdstip van de rechtsingang van belang voor de vraag of de eisvermeerdering is verjaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00dddd378dc53d2889bc5bb444479705723a72e35ed6e36b83e7546e186385a4, en de alinea staat in dat document op bytes 24740 tot 25691.