Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007
Alinea 217 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7189.
5.3 Hoewel omzetbelastingkundigen er soms weinig tot geen ruimte voor zien,(14) meen ik voorts dat fraus legis evenzeer op omzetbelasting-casus kan worden toegepast als op alle andere casus. De omstandigheid dat de omzetbelastingheffing grotendeels door EG-recht, met name de Zesde Richtlijn, beheerst wordt, doet daar niet aan af. Het Gemeenschapsrecht stelt uiteraard de eis dat toepassing van nationale anti-misbruikbepalingen en -leerstukken de volle werking van het EG-recht niet nodeloos hindert, maar verbiedt de toepassing ervan geenszins. Integendeel: uit een reeks van arresten van het HvJ EG(15) blijkt dat het de Lidstaten vrij staat misbruik, ook misbruik van EG-recht, te bestrijden, zij het dat wel sprake moet zijn van misbruik (ook vanuit EG-perspectief) en dat de getroffen nationale maatregel geschikt en proportioneel moet zijn als hij het EG-recht zou kunnen hinderen. Uit de zaak Emsland-Stärke(16) blijkt voorts expliciet dat het fraus legis-leerstuk ook een rechtsregel van (primair) gemeenschapsrecht is. Het HvJ EG paste in die zaak op communautair niveau (het ging om toepassing van EG-Verordening 2730/79) een ongeschreven anti-misbruik leerstuk toe, vergelijkbaar met fraus legis. De zaak ging om een volstrekt legale, maar gekunstelde constructie tot oneigenlijke bemachtiging van exportrestituties die niet voor de constructeur bedoeld waren. Het Hof liet terugvordering van de restituties door de uitkerende nationale overheid toe hoewel op zichzelf aan alle wettelijke voorwaarden voor toekenning was voldaan. Het Hof achtte misbruik aanwezig omdat de belanghebbende het oogmerk had door middel van kunstmatige voldoening aan de restitutievoorwaarden een EG-voordeel te bemachtigen dat niet voor hem was bedoeld (subjectief criterium), terwijl voorts, hoewel formeel aan de restitutievoorwaarden werd voldaan, doel en strekking van de betrokken regel van EG-recht werden miskend (objectief element). Uit de zaak Kefalas blijkt expliciet dat aan een belanghebbende het beroep op een direct werkende EG-Richtlijnbepaling ontzegd kan worden indien dat beroep slechts dient om oneigenlijke voordelen te behalen die geheel vreemd zijn aan doel en strekking van die Richtlijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5edd600278b4dc8eee4396a533e15a0d234a7eef1b4714c9064261bf8c1520da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5edd600278b4dc8eee4396a533e15a0d234a7eef1b4714c9064261bf8c1520da, en de alinea staat in dat document op bytes 54989 tot 57207.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5edd600278b4dc8eee4396a533e15a0d234a7eef1b4714c9064261bf8c1520da | shasum -a 256