Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007

Alinea 229 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7189.

"4.2. De Hoge Raad verstaat de (...) vaststelling van het Hof aldus dat N (de Canadees; PJW) het dividend (...) - uit de winst van A BV (de Nederlander; PJW) over een tijdvak gelegen voor de oprichting van belanghebbende (de Antilliaan; PJW) - nadat A BV tot uitkering ervan had besloten, weliswaar aan belanghebbende in plaats van aan zichzelf heeft doen uitkeren, maar dat zij haar belang bij dit dividend - dat haar deels als aandeelhoudster in belanghebbende,deels door middel van een transactie met F ten goede bleef komen - geenszins had prijsgegeven, en dat het met betrekking tot dat dividend tussenschakelen door haar van belanghebbende derhalve praktisch belang miste en uitsluitend was ingegeven door fiscale motieven, te weten het ontgaan van Nederlandse dividendbelasting, en eventueel Canadese belasting. Deze vaststelling, die het Hof heeft doen steunen op de onder 3 in zijn bestreden uitspraak weergegeven feiten, is (...) op toereikende wijze met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5edd600278b4dc8eee4396a533e15a0d234a7eef1b4714c9064261bf8c1520da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5edd600278b4dc8eee4396a533e15a0d234a7eef1b4714c9064261bf8c1520da, en de alinea staat in dat document op bytes 64367 tot 65361.