Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007

Alinea 289 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7189.

8.2 Zoals uit dit antwoord blijkt, is het aan de nationale feitenrechter om te beoordelen of aan het door het HvJ EG gestelde criterium is voldaan. Het Hof Amsterdam heeft op grond van de contractuele bepalingen en de feitelijke gang van zaken geoordeeld dat (kort gezegd) de belanghebbende onmiddellijk bij aflevering alles behalve de juridische eigendom van de apparatuur overdroeg aan het ziekenhuis, en dat (dus) zowel de feitelijke beschikkingsmacht als het volledige economische belang onmiddellijk bij aflevering bij het ziekenhuis kwamen te berusten. Het Hof heeft aldus twee civielrechtelijk te onderscheiden rechtshandelingen (de verhuur en de lening) fiscaalrechtelijk (en mijns inziens Richtlijnconform) in elkaar geschoven en per saldo voor de heffing van de omzetbelasting gekwalificeerd als een levering tegen een vergoeding. Onderzocht moet worden of dat oordeel voldoende feitelijke grondslag heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5edd600278b4dc8eee4396a533e15a0d234a7eef1b4714c9064261bf8c1520da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5edd600278b4dc8eee4396a533e15a0d234a7eef1b4714c9064261bf8c1520da, en de alinea staat in dat document op bytes 98011 tot 98940.