Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007

Alinea 355 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7189.

10.10 Dan rijst de vraag of de partijen ten onrechte iets niet tot de - fiscaalrechtelijk op te vatten - vergoeding hebben gerekend. Nu fiscaalrechtelijk vast staat dat de apparatuur door de belanghebbende niet is verhuurd, maar is (door)geleverd aan het ziekenhuis, en dat de partijen onafhankelijk tegenover elkaar stonden, kon bij het Hof het vermoeden postvatten dat het ziekenhuis ook een tegenprestatie (een vergoeding) voldaan heeft. Het Hof heeft voorts feitelijk vastgesteld (5.12, laatste volzin) dat niet in geschil is dat, zo sprake is van een levering, de omzetbelasting verschuldigd is geworden in het litigieuze tijdvak. Dan maakt het niet meer zoveel uit of de tegenprestatie bestaat uit (i) het bedrag van de lening of (ii) (het totaal van) de met de "aflossingen" synchroon lopende leasevergoedingen. Aldus overweegt het Hof ook (5.12). Het ten titel van 'geldlening' door het ziekenhuis aan de belanghebbende (vooruit)betaalde bedrag heeft voorts een zodanige contractuele begeleiding gekregen (de "aflossing" wordt exact uitgedoofd door de tegengesteld lopende "leasetermijnen" en er wordt geen rente berekend) en is zodanig verweven met de (door)levering van de apparatuur c.a., dat het Hof bij gebreke van ontzenuwing van het tegenprestatievermoeden kon oordelen dat het voor de toepassing van de Wet OB de vergoeding vormt voor de levering van de apparatuur c.a.. Als ik 5 appelen bij de groenteboer haal, hem renteloos € 5 uitleen, en afspreek dat ik hem € 1 als verbruikleenvergoeding moet betalen voor elke appel die ik eet, waarna hij terstond diezelfde € 1 als aflossing op de lening weer aan mij zal betalen, zal omzetbelastingkundig het samenstel van afspraken toch als koop van 5 appelen voor € 5 gekwalificeerd moeten worden. Weliswaar kan niet gezegd worden dat sprake is van relatieve schijnhandeling, nu er geen feitelijk grondslag is voor het oordeel dat de partijen niet werkelijk zouden hebben gewild wat zij gecontracteerd hebben, maar zelfstandige fiscaalrechtelijke kwalificatie leidt ook hier tot hetzelfde resultaat, ook al heeft het Hof niet vastgesteld dat het zo goed als zeker is dat de lease terstond na ommekomst van de herzieningstermijn beëindigd zal worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5edd600278b4dc8eee4396a533e15a0d234a7eef1b4714c9064261bf8c1520da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5edd600278b4dc8eee4396a533e15a0d234a7eef1b4714c9064261bf8c1520da, en de alinea staat in dat document op bytes 126012 tot 128244.