Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 september 2007

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 18 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7261.

7.8. Voor het slagen van een beroep op afwezigheid van alle schuld wegens dwaling ten aanzien van de wederrechtelijkheid van het bewezenverklaarde feit, is vereist dat aannemelijk is geworden dat een verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging.(5) Daarvan kan sprake zijn indien de verdachte is afgegaan op het advies van een persoon of instantie aan wie of waaraan zodanig gezag valt toe te kennen dat de verdachte in redelijkheid op de deugdelijkheid van het advies mocht vertrouwen.(6) Bij de beoordeling van een daartoe strekkend verweer kunnen verschillende aspecten van belang zijn:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a739910ca6b816f8d9e305327cf208a3d29cf4894de703d03c23c5810e74fc7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a739910ca6b816f8d9e305327cf208a3d29cf4894de703d03c23c5810e74fc7f, en de alinea staat in dat document op bytes 32143 tot 32831.