Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7264.

Het in art. 408, eerste lid onder a vervatte voorschrift dat verdachte binnen veertien dagen na de einduitspraak hoger beroep dient in te stellen indien de dagvaarding hem in persoon is betekend, is ingegeven door de gedachte dat in dat geval ervan moet worden uitgegaan dat de verdachte op de hoogte is van de dag van de terechtzitting en van de rechter voor wie zijn verschijning wordt verlangd en dat op grond daarvan van hem mag worden gevergd dat hij zich van het verloop van de zaak vergewist (HR 29 juni 1993, NJ 1994, 68).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5835a197b824c22305f4d51aa12f76e8f4820293f03677bfc5c600283288e55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5835a197b824c22305f4d51aa12f76e8f4820293f03677bfc5c600283288e55, en de alinea staat in dat document op bytes 12610 tot 13154.