Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7264.

Ter zijde merk ik nog op dat, uitgaande van de gedachtegang van het Hof, strikt genomen de vraag zou kunnen worden gesteld waarom zaak B niet bepalend zou moeten zijn voor de aanvang van de beroepstermijn tegen het hele vonnis. Ten aanzien van die zaak kan immers van de verdachte worden gevergd dat hij zich van de afloop op de hoogte stelt en bij die gelegenheid zal hij, zoals eerder opgemerkt, in een geval als dit dan ook de afloop van zaak A wel vernemen. Die vraag moet echter in ieder geval ontkennend worden beantwoord. Men denke aan de situatie dat zaak B, anders dan zaak A, van beperkt belang is. Dan kan de omstandigheid dat verdachte niet naar de afloop van zaak B heeft geïnformeerd niet rechtvaardigen dat hij ook in zijn mogelijkheden om in zaak A beroep in te stellen wordt beknot, ingeval hij niet ervan op de hoogte hoefde te zijn dat de laatste zaak gevoegd met zaak B is behandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5835a197b824c22305f4d51aa12f76e8f4820293f03677bfc5c600283288e55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5835a197b824c22305f4d51aa12f76e8f4820293f03677bfc5c600283288e55, en de alinea staat in dat document op bytes 15560 tot 16477.