Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2007
Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7557.
34 Ik veroorloof mij in dit verband op een detail te wijzen: in rov. 2.11, voorlaatste subalinea, heeft het hof overwogen - althans: zo heb ik het begrepen - dat voor aansprakelijkheid van [eiseres 1] en [eiser 2] ten titel van art. 6:170 BW geen toereikende grondslag bestond (omdat die in elk geval niet als werkgevers van [verweerder] c.s. zouden zijn aan te merken). Tegen dat oordeel wordt in cassatie niet opgekomen. Men kan zich in dat licht gezien afvragen, welk belang deze twee partijen erbij hebben om in cassatie te klagen over het (verdere) oordeel van het hof over deze aansprakelijkheidsgrond: hun raakt dat oordeel immers niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/008a2c02036c6200a47b974d60a63eadd0612cf00380dc1c07c7cf1e9a00caa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 008a2c02036c6200a47b974d60a63eadd0612cf00380dc1c07c7cf1e9a00caa9, en de alinea staat in dat document op bytes 68464 tot 69120.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/008a2c02036c6200a47b974d60a63eadd0612cf00380dc1c07c7cf1e9a00caa9 | shasum -a 256