Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2007
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7557.
43) Subonderdeel 2.3 vertoont een benadering die ik als enigszins wonderlijk ervaar: eerst wordt de veronderstelling geopperd dat het hof zijn beschouwingen omtrent de zeggenschap van (in het gegeven geval) [eiser 2], als overweging ten overvloede zou hebben gegeven; daarna wordt uiteengezet dat dát niet zou hebben gemogen, omdat zeggenschap blijkens art. 6:170 BW wel vereist is om (niet slechts ondergeschiktheid, maar ook) functioneel verband te kunnen aannemen (zie het zojuist in alinea 41 besprokene); en tenslotte wordt geklaagd dat onvoldoende duidelijk zou zijn óf het hof hier wel een "obiter dictum" heeft bedoeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/008a2c02036c6200a47b974d60a63eadd0612cf00380dc1c07c7cf1e9a00caa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 008a2c02036c6200a47b974d60a63eadd0612cf00380dc1c07c7cf1e9a00caa9, en de alinea staat in dat document op bytes 45183 tot 45825.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/008a2c02036c6200a47b974d60a63eadd0612cf00380dc1c07c7cf1e9a00caa9 | shasum -a 256