Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7624.
2.2 De vergoedbaarheid van de buitengerechtelijke kosten zal in de eerste plaats hiervan afhangen of zij als redelijk in de zin van artikel 6:96, lid 2, sub b. en c. zijn te beschouwen((5)). Het gaat er dan om of B in redelijkheid de bijstand, die hij heeft genoten, heeft kunnen inroepen en verder of de aan die bijstand verbonden kosten als passend zijn aan te merken. Reeds hier kan de 'eigen schuld' aan de initiële schade een rol spelen. Of buitengerechtelijke kosten die de benadeelde heeft gemaakt als redelijke kosten zijn te beschouwen hangt mede af van de aard, omvang en de te verwachten mate van vergoedbaarheid van de geleden initiële schade. Zodra bijvoorbeeld B er serieus rekening mee dient te houden dat vanwege zijn 'eigen schuld' aan de initiële schade een belangrijk deel van die schade voor zijn rekening blijft en hij zeer waarschijnlijk nog maar een bescheiden vergoeding van A kan verlangen, zal hij het maken van (verdere) buitengerechtelijke kosten daarop moeten afstemmen((6)). Doet hij dat niet dan zal een gedeelte van de gemaakte buitengerechtelijke kosten als niet redelijk kunnen worden beschouwd. Het als niet redelijk aangemerkte deel van de kosten zal om die reden voor zijn rekening blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/516e3da743a96bb10f8214242027f5764276bae17958fa31559bfc43bce0fa99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 516e3da743a96bb10f8214242027f5764276bae17958fa31559bfc43bce0fa99, en de alinea staat in dat document op bytes 12036 tot 13279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/516e3da743a96bb10f8214242027f5764276bae17958fa31559bfc43bce0fa99 | shasum -a 256