Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7624.

3.9 Hetgeen het hof in rov. 4.6 overweegt, is te verstaan als dat naar het oordeel van het hof tot toepassing van de billijkheidscorrectie pas dient te worden overgegaan, wanneer de daarvoor aangevoerde omstandigheden ook zodanig concreet ten aanzien van de betrokken benadeelde zijn uitgewerkt en onderbouwd dat kan worden aangenomen dat de uit die omstandigheden sprekende billijkheid om op de hoofdregel een correctie aan te brengen ook werkelijk voor die benadeelde opgeld doet. Voor het onderhavige geval komt dat hierop neer dat concreet moet blijken dat [eiseres] van noodzakelijke gespecialiseerde rechtshulp moet afzien omdat zij een deel van die kosten zelf moet dragen. Het algemene gegeven dat een letselslachtoffer zich voor noodzakelijke gespecialiseerde rechtshulp tot een advocaat dient te kunnen wenden en dat hij daarvan niet moet hoeven af te zien omdat hij een deel van de kosten zelf moet dragen, volstaat daartoe niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/516e3da743a96bb10f8214242027f5764276bae17958fa31559bfc43bce0fa99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 516e3da743a96bb10f8214242027f5764276bae17958fa31559bfc43bce0fa99, en de alinea staat in dat document op bytes 25720 tot 26673.