Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7626.

3.15 De klacht dat het beginsel van hoor en wederhoor niet is toegepast omdat de belangen van [eiser] niet in de beoordeling zijn betrokken, mist derhalve feitelijke grondslag. Voorzover [eiser] bedoelt te stellen dat van hoor en wederhoor geen sprake kan zijn omdat hij niet zelf bij de behandeling aanwezig is geweest, wordt miskend dat hoor en wederhoor niet betekent dat een partij mondeling dient te worden gehoord. Ook indien partijen in de gelegenheid worden gesteld hun standpunten schriftelijk weer te geven, wordt recht gedaan aan voornoemd beginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/260fa285aa25249ae3e491242c35a3e42b6e501c1c5db81fa3fa004eea8b6df0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 260fa285aa25249ae3e491242c35a3e42b6e501c1c5db81fa3fa004eea8b6df0, en de alinea staat in dat document op bytes 28348 tot 28921.