Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7634.

2.12 Hetzelfde geldt ten aanzien van de vorderingen b) en c). Zoals het GEA onder 4.3 heeft geoordeeld, zijn de stellingen die [verzoeker] aan deze vorderingen ten grondslag legt - het onrechtmatig achterlaten van rommel en afsluiten van het terrein - reeds in de eerdere procedure aan de orde geweest, maar heeft [verzoeker] daar toen geen concrete vorderingen aan verbonden. Nu hij dat in de onderhavige procedure wel heeft gedaan, had hij, teneinde de onrechtmatigheid van de gedragingen van [verweerder] te bewijzen, nieuwe feiten en omstandigheden aan zijn vorderingen ten grondslag dienen te leggen. Het hof heeft, in navolging van het GEA, kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat [verzoeker] hierin tekort is geschoten. Ook hier geeft het middel niet aan welke feiten en omstandigheden wel zouden zijn aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff6f1dbc4f6c15a5ce029bcfd977c23dc7c51d8cacecb1240f3612d6449cdbe8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff6f1dbc4f6c15a5ce029bcfd977c23dc7c51d8cacecb1240f3612d6449cdbe8, en de alinea staat in dat document op bytes 19457 tot 20298.