Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2007

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 oktober 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7650.

De vraag is of deze constatering tot vernietiging aanleiding behoort te geven. Ik beantwoord deze vraag ontkennend. Uit bewijsmiddel 12 is af te leiden dat verdachte de vloeistof van drie of vier capsules aan het slachtoffer heeft toegediend voor hij zich aan haar vergreep. Bewijsmiddel 17 bevat de inhoud van een verklaring van een deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut, waarin de werking van Loramet 2 mg (capsules) wordt beschreven en waarin is gesteld dat de gebruikelijke dosering van Loramet 1-2 mg is. Verdachte heeft dus aan het slachtoffer een beduidend hogere dosis van dit middel toegediend dan gebruikelijk is. De bijwerkingen die de deskundige aan het gebruik van Loramet toekent zullen zich bij het slachtoffer in verhevigde mate hebben doen gevoelen. In bewijsmiddel 6 beschrijft het slachtoffer welk effect de toediening van de middelen op haar heeft gehad. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt voldoende dat de verdachte het slachtoffer in staat van onmacht heeft gebracht door de toediening van ongebruikelijk grote hoeveelheden Loramet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49dcd0896aab2fbdc1a3dc443e79dd2a4116b2ee971f1830e0455da95170d77c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49dcd0896aab2fbdc1a3dc443e79dd2a4116b2ee971f1830e0455da95170d77c, en de alinea staat in dat document op bytes 21475 tot 22559.