Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2007
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7667.
9. De HR heeft in het arrest van 30 maart 2004 (NJ 2004/376) handreikingen gegeven aan lagere rechters als het gaat om de keuze van de sanctie op een vormverzuim in de zin van art 359a Sv. In overweging 3.3. heeft de HR met zoveel woorden gesteld dat strafvermindering kan worden toegepast als het door het vormverzuim ontstane nadeel hierdoor redelijkerwijs kan worden vereffend. Bijvoorbeeld de overschrijding van de redelijke termijn. Een ernstige beperking van verdachte's mogelijkheden zich te verdedigen zal echter niet goed via strafverzachting kunnen worden gecompenseerd. Bewijsuitsluiting kan worden toegepast als het bewijs rechtstreeks door het verzuim is verkregen. In r.o. 3.6.4. merkt de HR op dat bewijsuitsluiting als sanctie in aanmerking komt indien een belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Beide overwegingen zijn van toepassing indien verzuimd is een verdachte tijdens de inverzekeringstelling te voorzien van tijdige rechtsbijstand.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0be324a38568d83cb298f17c2eff9c74bf9e440ae81b811d92c0e9b2c9f69b02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0be324a38568d83cb298f17c2eff9c74bf9e440ae81b811d92c0e9b2c9f69b02, en de alinea staat in dat document op bytes 11645 tot 12668.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0be324a38568d83cb298f17c2eff9c74bf9e440ae81b811d92c0e9b2c9f69b02 | shasum -a 256