Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2007
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7667.
3.11.6 Voor zover het middel ervan uitgaat dat het Hof heeft geoordeeld dat de mislukte verzending van de eerste melding in het geheel niet aan de politie te verwijten zou zijn (en het een vergelijking trekt met het instellen van een rechtsmiddel per fax door de verdediging(10)), berust het op een verkeerde lezing van het bestreden arrest. Het Hof heeft immers in dit verband gesproken over de mate van verwijtbaarheid en deze in zijn oordeel betrokken. Voor zover het middel berust op de opvatting dat die mate van verwijtbaarheid niet mede in de beoordeling mag worden betrokken bij het antwoord op de vraag welk rechtsgevolg aan een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv dient te worden verbonden, berust het op een onjuiste rechtsopvatting. In rov. 3.5 van het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2004, NJ 2004, 376 wordt met zoveel woorden overwogen dat bij de beoordeling van de "tweede factor", de ernst van het verzuim, de mate van verwijtbaarheid daarvan een rol kan spelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0be324a38568d83cb298f17c2eff9c74bf9e440ae81b811d92c0e9b2c9f69b02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0be324a38568d83cb298f17c2eff9c74bf9e440ae81b811d92c0e9b2c9f69b02, en de alinea staat in dat document op bytes 36985 tot 37987.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0be324a38568d83cb298f17c2eff9c74bf9e440ae81b811d92c0e9b2c9f69b02 | shasum -a 256