Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7685.

10.4. Vooropgesteld moet worden dat de rechter ingevolge art. 359 lid 6 Sv in het bijzonder de redenen moet opgeven die hebben geleid tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. Hij kan niet volstaan met de standaardoverweging dat de strafoplegging in overeenstemming is met de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit, de omstandigheden waaronder dat is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.(9) Het hof heeft dat in onderhavige zaak ook bepaald niet gedaan, maar heeft daarentegen uitvoerig toegelicht wat het verwijt is dat verdachte wordt gemaakt en dat de hoogte van de straf heeft bepaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c2129bc1b0b6873fdc6bcbaf85ed37d2a7d4a56c393ceb61b31393e26a0516d, en de alinea staat in dat document op bytes 45192 tot 45894.